zaterdag 4 augustus 2012

Blankenbefrgse herinneringen



Niet ver van de 'West Rampe' was een instelling waar je iets kon drinken maar waar ook een groot terras was. Ze speelden daar antieke stomme filmpjes. Wij stonden en hingen op den dijk om er naar te kijken. En dat kon dus gratis...Als we wat centen hadden - of een oom of tante konden overhalen te trakteren - dan zaten we binnen uren te kijken bij het drinken van een grenadine of zoiets. We leerden Chaplin, Laurel & Hardy en Harold Lloyd kennen. Hierbij één van de succes nummertjes!

zondag 8 juli 2012

Het Wafelhuisje



HET     WAFELHUISJE     EIND   40er    JAREN


Hier zat dus een jong Antwerps  gezin met één kind in een verlopen badstad....
De Zeedijk was copmpleet vernietigd, de villa's omgebouwd tot een stuk Atlantikwall,volledig  geplunderd en dichtgespijkerd  met houten planken.
De zeedijk zelf was doorkerfd met loopgrachten en putten.
Er was enige vierkante meters  vrijgemaakt  tussen   zgn. Rommel-asperges die de Geallieerden gingen tegenhouden bij een mogelijke landing...De zgn. rampen waren allen verboden terrein, de trappen neergehaald.
 Wat een klein jongetje niet weerhield van met kleine steentje te gaan gooien- als voelde hij zich een klein Duimpje
                               
                               
 Bakkersramp 1944

Maar het toerisme – of beter het bezoek aan de stukgeschoten kust (ramptoerisme is van alle tijd!)
Ging vrij snel terug op gang. De mensen hadden ontspanning nodig
Het oude taverne van Charles Riozzi werd vluchtig een WafelSalon/Salon  de Gaufres met bijna alles in het Frans – hoe kon het toen anders. De onmiddellijke buurmannen waren Traiteur Louis, Vins Margaux, Parfumerie Nationale, Lectures Générales en zo meer..



 De Eigenaars van het Wafelhuisje


De taken waren goed verdeeld! Mevrouw Geuens deed het algemeen bestuur,het aannemen van het personeel, de boekhouding  en de aankoop van het materiaal. Jacques Rom was in de week afwezig, journalist zijnde, maar nam op zich de belastingen, RMZ en andere rekening te betalen.Wat hij met veel zekere creativiteit deed zodat de instelling steeds in ademnood verbleef ondanks het zeer hoge zakencijfers Hij liep heel de familie af op zoek naar geld. Mariette had de handen vol met de opvoeding van 3 jongens en met liggen bruinen op het strand. Er was ook nog een zuster van Joske –zoals ze genoemd werd – Alice; maar wij noemden haar Taty...


.
Het interieur – dat in den beginne zelfs werd vergroot – was om het beleefd te zeggen kitscherig in hoge mate, maar misschien was het juist dat knullige wat het publiek zocht ?
Er waren spiegels rondom en houten banken met hartjes in gegraveerd. Maar ook mase kussens. Een  Elektrische pick-up stond er opgesteld en speelde ‘De Blauwe Donau’ en ‘Frankie Laine ‘


Maar het geheel werd letterlijk overschreeuwd door de warm-water geiser die kokend damp bezorgde voor de succulente hoogbouw koffiefilters! Dame Alice zat als een kapitein achter haar toestel: zij was een rasechte Blankenbergse. Haar hulp; Raymonda was van Uitkerke en gehuwd met een Engelsman.Haar koninkrijk was den ‘office’ waar ze patroneerde in een lederen voorschoot en afwaste met zand en soda...Naast het koffiemachine waren grote bakken in metaal waar blokken ij ’s morgens in gekapt werden om bier en limonade koel te houden Zij werden gebracht door mysterieuze figuren met zakken over hun  hoofd die klompen optilden en de zinkbakken in donderden.... Dit met vervaarlijk nijptangen waarmee zij die lood zware  vrachten in die zware zinken bakken donderden.

                                  

De instelling had 2verdiepingen en mansardes. Vreemd voor deze tijd, maar er was alleen stromend water tot op de 1ste verdiep. Nog als overschot van de oorlog, waren alle ramen verduisterd  door zwaar donker papier dat dienst deed als een store.
Tussen de 1ste en de 2de verdieping was –een innovatie in die tijd! –een neon-lichtreclame die een rode schijn afwierp. Soms sprongen er vonken uit en kraakte hij vervaarlijk. Maar je het was ‘iets’ nieuws...en dat mocht dan! En, oh ja, de tekst was in het Frans natuurlijk...      

                    

En hier de ‘werkers van de volle dag’ De bakkers, diensters,toiletdame; ‘den office’.
3de van links is ‘Diane’ – zij zou later de laatste eigenares zijn. Zij was in 2012 nog in leven...
De bakker met de schuine pet was Roger. Zeer bedreven maar ook groot liefhebber van spiritualiën. Hij verliet ’t Wafelhuisje om zelfstandig een bakkerszaak te openen in Oostende.Ze was vrij vlug failliet en Roger werd met open armen terug ontvangen!
De volgende dame met het gebloemde kleed was Amélie, ons kindermeid. Zij was van Puurs en ontzettend gedevoueerd. Wij durfden ze wel plagen en ook Taty had er de hand van weg.
De twee volgenden zijn Alice (van het koffiemachine) en Raymonda.


Het was allemaal een gezellige boel en er werd veel gelachen! Toch was mijn grootmoeder Joske bekend voor haar stiptheid.
Zoals gezegd was de zaak een succes en enkele foto’s kunnen dat bewijzen.





Helaas! Er is ook een tijd van gaan! En “Het Wafelhuisje” zit er erg verkommerd en vervallen uit op de huidige dag!
Het is afwisselend een hamburger-restaurant geworden en een Chinese (?) outlet. Het staat nu al vele jaren te koop: geen prijs bekend, navraag op het immobiliënkantoor...





                                     
...

zondag 10 juni 2012

Nog een herinnering


 
Monsieur Louis
Wij hebben zo verschillende manieren om ons het verleden te herinneren. Het kan visueel, auditief of...olfatief gebeuren.
Ik verklaar mij nader. Een bepaald beeld op TV of in het dagelijkse leven, roept andere associaties op. Uit een ver – en soms vergeten – verleden. Je krijgt reacties van “oh ja vroeger” of “ik herinner mij nog dat..” Zo ga je een bron aan kennis terug aanboren en dat kan soms zeer ver terug gaan. Want al zegt men ‘de geschiedenis herhaald zich’ toch is het verleden soms nog meer dichtbij dan we wel denken. Zo heb ik nog op schoot gezeten bij mijn overgrootmoeder die geboren was...in 1868. Moglijk zat zij ook nog op schoot bij haar grootmoeder, de generatie van rond 1820. En die kon zich, eventueel, nog herinneren dat Napoleon door Vlaanderen trok.Zo zie je maar...
Je hebt ook auditieve herinneringen. Mijn genratie ‘werd wakker’ op muziek van  ‘the Beatles’ begin jaren zestig. En bij het horen van hun nog steeds meeslepende muziek, ga ik, bijna automatisch, mij zaken uit die tijd herinneren. En dat is nu dus al...50 jaar geleden, of bijna...

Maar je hebt ook herinneringen aangeuren! Zo liep ik  ooit eens door een Ardens dorpje, vlak na een regenbui. De leien daken waren nat en verspreidden een beaalde weë geur. En ik verplaatste mij teruig naar  het 1ste leerjaar van de Lagere School. We leerden ‘mooi’ schrijven op echte lei, met een houten kadertje er om. En met een griffel. Als de tekst ‘weg’ moest gebrukten wij kleine (oranje!) sponsjes. En die geur van natte lei in de Ardennen bracht mij terug naar die tijd

Een mooie ‘geurherinnering’ is voor mij ...de geur van tomatensoep!
En dan denk ik, bijna automatisch aan Mijnheer Louis, onze buurman in Blankenberge. Hij woonde naast ons, dus in de Bakkersstraat , waar mijn ouders een wafelbakkerij annex tea-room uitbaten. Het ‘Wafelhuisje’. En daar,hoop ik, stilaan, wat meer over te kunnen en te mogen schrijven.

Mijnheer  Louis – we zeiden ‘Monsieur Louis’ - want Frans was toen nog de voertaal van een groot deel van de bevolking in  Vlaanderen – was geen Belg maar, naar het schijnt een Fransman. Mogelijk uit de Elzas. Want in een telefoonboek uit 1939 vind ik op dit adres een traiteur Doetsch-Cattaer. Of hij mogelijk Joods was heb ik nooit iets vernomen. Hij zou dan wel de nazivernietiging ontsprongen zijn...           
Als klein kind kon ik mij niet direct voorstellen wat een ‘traiteur’ wel deed. Feit is dat ‘Monsieur Louis’ altijd in een wit vest rondliep en een zekere stijl had. Op bijgevoegde foto – waarop hij zit samens met zijn echtgenote en met mijn grootmoeder – draagt hij een zwaren hoornen bril. Die heb ik hem nooit in zijn zaak weten dragen. Of hij moest die opzetten om rekeningen na te zien...
Mijnheer Louis was ook en kettingroker. En hij kon, tot onze grote verbazing steeds de rook met veel gebaar uit zijn neusgaten blazen. Wat ik sindsdien nog niet dikwijls heb zien gebeuren, toch niet zoals hij het deed.
Je kwam de zaak binnen over een kleine drempel, ik weet niet of er een etalage was. Onmiddelijk rechts stond een grote, glazen toog. Hierin prijkten de voorwerpen waar de zaak beroemd voor was. Kaas- en garnaalkroketten, gevulde tomaten, St Jakobsschelpen. Aan de linkerkant enkele kleine tafeltjes waar klanten hun bestelde waren zaten af te wachten. Maar waar ook de vrienden van ‘Monsieur Louis’ aanzaten. Op echt Franse wijze, de wereld hervormend en van commentaar voorziend. Er werd- zoals overal toen – duchtig gerookt...

In die tijden bezat Blankenberge ook een soort Music Hall, op de Zeedijk,  mogelijk een filiaal van de bekende ‘Ancienne Belgique’ in Antwerpen en in Brussel. Grote ‘vedetten’ traden er op, zowel uit de film, de showbusiness als uit het Chanson. Het ‘etablissement’ van ‘Monsieur Louis’ was op een steenworp van de Zeedijk en een bezoek van de beroemdheden was vanzelf sprekend. Zij lieten dan een foto met opdarcht achter die onze traiteur met tape aan de wand bevestigde. Ik herinner mij zo nog Luis Mariano, Fernandel en...Bobejaan Schoepen!
Voorbij de ‘toog’ vernauwde de zaak zich en waren, aan de linkerkant, grote ‘ijskasten’. Die sloten hermetisch dicht en waren absoluut verboden terrein voor kinderen. Verhalen van kinderen, opgesloten per ongeluk, en slechts dagen nadien (sic) terug gevonden in bevroren toestand moesten ons afschrikken.
Verderdoor was dan het eigenlike restaurant. Met kleine tafeltjes, met geblokte rood-wit tafelkleedjes en gedempt licht. Verder had je dan een soort van mezzanine met links en rechts een trap naar het hoger gelegen gedeelte. Mar, middenin had je een doorkijk naar de ‘kelderkeukens’.

Dat was het heiligdom van ‘Madame Louis’. Daar kon je ze – ook in het wit gekleed – aktief bezig zien van het ene fornuis naar het andere. De eigenares was een kleine dame met zwart haar en een streng opzicht. Ik kan mij niet herinneren ze ooit te hebben zien glimlachten, laat staan lachen. En op tijd en stond werd ‘Monsieur Louis’ uitgekafferd omdat hij, schijnbaar, iets vergeten was of fout deed.
Maar – en nu kom ik terug op de aanhef van dit stukje – hier werd de beste tomatensoep ter wereld gemaakt. En terwijk ik dit schrijf, proef ik ze alweer op mijn tong! Het was een soort ‘velouté’ soep. Tomaten met een licht vleugje aardapplpuree  als bindmiddel. Dikwijls heb ik getracht het na te maken, nooit is het mij gelukt...

‘Monsieur Louis’ had nog een bijzondere gave! Hij was een ‘genezer’...

Door aanraking kon hij een kwaal naar het verleden wijzen! Had hij van zijn vader geërfd , beweerde hij. Mijn grootmoeder – die ook buiten ‘het seizoen’ al wel eens in Blankenberge verbleef – kreeg plots en hevige neusbloeding. Ze liep bij de buurman binnen en die nam een takje peterselie, legde dat op de neusvleugel waarbij hij zei “Et Voila!”. En de bloeding was gedaan... Ooit had ik hevige tabdpijn. Hij raakte met zijn vinger de zere tand en, gedaan was de pijn. Tot op de dag van vandaag steekt die tand er nog in en is nooit meer oorzaak van pijn geweest.
Hoe het verder afliep met ‘Monsieur Louis’ weet ik niet. Het ‘Wafelhuisje’ werd verkocht en wij lieten stilaan Blankenberge achter ons. De laatste jaren verkoos mijn familie Mariakerke, waarom is mij onbekend. En als ik, vol heimwee, nog eens door de zo veranderde Bakkersstraat loop en de leegstaande huizen nr 15 en 17 zie, ja, dat doet toch ergens een beetje hartpijn...