zondag 10 juni 2012

Nog een herinnering


 
Monsieur Louis
Wij hebben zo verschillende manieren om ons het verleden te herinneren. Het kan visueel, auditief of...olfatief gebeuren.
Ik verklaar mij nader. Een bepaald beeld op TV of in het dagelijkse leven, roept andere associaties op. Uit een ver – en soms vergeten – verleden. Je krijgt reacties van “oh ja vroeger” of “ik herinner mij nog dat..” Zo ga je een bron aan kennis terug aanboren en dat kan soms zeer ver terug gaan. Want al zegt men ‘de geschiedenis herhaald zich’ toch is het verleden soms nog meer dichtbij dan we wel denken. Zo heb ik nog op schoot gezeten bij mijn overgrootmoeder die geboren was...in 1868. Moglijk zat zij ook nog op schoot bij haar grootmoeder, de generatie van rond 1820. En die kon zich, eventueel, nog herinneren dat Napoleon door Vlaanderen trok.Zo zie je maar...
Je hebt ook auditieve herinneringen. Mijn genratie ‘werd wakker’ op muziek van  ‘the Beatles’ begin jaren zestig. En bij het horen van hun nog steeds meeslepende muziek, ga ik, bijna automatisch, mij zaken uit die tijd herinneren. En dat is nu dus al...50 jaar geleden, of bijna...

Maar je hebt ook herinneringen aangeuren! Zo liep ik  ooit eens door een Ardens dorpje, vlak na een regenbui. De leien daken waren nat en verspreidden een beaalde weë geur. En ik verplaatste mij teruig naar  het 1ste leerjaar van de Lagere School. We leerden ‘mooi’ schrijven op echte lei, met een houten kadertje er om. En met een griffel. Als de tekst ‘weg’ moest gebrukten wij kleine (oranje!) sponsjes. En die geur van natte lei in de Ardennen bracht mij terug naar die tijd

Een mooie ‘geurherinnering’ is voor mij ...de geur van tomatensoep!
En dan denk ik, bijna automatisch aan Mijnheer Louis, onze buurman in Blankenberge. Hij woonde naast ons, dus in de Bakkersstraat , waar mijn ouders een wafelbakkerij annex tea-room uitbaten. Het ‘Wafelhuisje’. En daar,hoop ik, stilaan, wat meer over te kunnen en te mogen schrijven.

Mijnheer  Louis – we zeiden ‘Monsieur Louis’ - want Frans was toen nog de voertaal van een groot deel van de bevolking in  Vlaanderen – was geen Belg maar, naar het schijnt een Fransman. Mogelijk uit de Elzas. Want in een telefoonboek uit 1939 vind ik op dit adres een traiteur Doetsch-Cattaer. Of hij mogelijk Joods was heb ik nooit iets vernomen. Hij zou dan wel de nazivernietiging ontsprongen zijn...           
Als klein kind kon ik mij niet direct voorstellen wat een ‘traiteur’ wel deed. Feit is dat ‘Monsieur Louis’ altijd in een wit vest rondliep en een zekere stijl had. Op bijgevoegde foto – waarop hij zit samens met zijn echtgenote en met mijn grootmoeder – draagt hij een zwaren hoornen bril. Die heb ik hem nooit in zijn zaak weten dragen. Of hij moest die opzetten om rekeningen na te zien...
Mijnheer Louis was ook en kettingroker. En hij kon, tot onze grote verbazing steeds de rook met veel gebaar uit zijn neusgaten blazen. Wat ik sindsdien nog niet dikwijls heb zien gebeuren, toch niet zoals hij het deed.
Je kwam de zaak binnen over een kleine drempel, ik weet niet of er een etalage was. Onmiddelijk rechts stond een grote, glazen toog. Hierin prijkten de voorwerpen waar de zaak beroemd voor was. Kaas- en garnaalkroketten, gevulde tomaten, St Jakobsschelpen. Aan de linkerkant enkele kleine tafeltjes waar klanten hun bestelde waren zaten af te wachten. Maar waar ook de vrienden van ‘Monsieur Louis’ aanzaten. Op echt Franse wijze, de wereld hervormend en van commentaar voorziend. Er werd- zoals overal toen – duchtig gerookt...

In die tijden bezat Blankenberge ook een soort Music Hall, op de Zeedijk,  mogelijk een filiaal van de bekende ‘Ancienne Belgique’ in Antwerpen en in Brussel. Grote ‘vedetten’ traden er op, zowel uit de film, de showbusiness als uit het Chanson. Het ‘etablissement’ van ‘Monsieur Louis’ was op een steenworp van de Zeedijk en een bezoek van de beroemdheden was vanzelf sprekend. Zij lieten dan een foto met opdarcht achter die onze traiteur met tape aan de wand bevestigde. Ik herinner mij zo nog Luis Mariano, Fernandel en...Bobejaan Schoepen!
Voorbij de ‘toog’ vernauwde de zaak zich en waren, aan de linkerkant, grote ‘ijskasten’. Die sloten hermetisch dicht en waren absoluut verboden terrein voor kinderen. Verhalen van kinderen, opgesloten per ongeluk, en slechts dagen nadien (sic) terug gevonden in bevroren toestand moesten ons afschrikken.
Verderdoor was dan het eigenlike restaurant. Met kleine tafeltjes, met geblokte rood-wit tafelkleedjes en gedempt licht. Verder had je dan een soort van mezzanine met links en rechts een trap naar het hoger gelegen gedeelte. Mar, middenin had je een doorkijk naar de ‘kelderkeukens’.

Dat was het heiligdom van ‘Madame Louis’. Daar kon je ze – ook in het wit gekleed – aktief bezig zien van het ene fornuis naar het andere. De eigenares was een kleine dame met zwart haar en een streng opzicht. Ik kan mij niet herinneren ze ooit te hebben zien glimlachten, laat staan lachen. En op tijd en stond werd ‘Monsieur Louis’ uitgekafferd omdat hij, schijnbaar, iets vergeten was of fout deed.
Maar – en nu kom ik terug op de aanhef van dit stukje – hier werd de beste tomatensoep ter wereld gemaakt. En terwijk ik dit schrijf, proef ik ze alweer op mijn tong! Het was een soort ‘velouté’ soep. Tomaten met een licht vleugje aardapplpuree  als bindmiddel. Dikwijls heb ik getracht het na te maken, nooit is het mij gelukt...

‘Monsieur Louis’ had nog een bijzondere gave! Hij was een ‘genezer’...

Door aanraking kon hij een kwaal naar het verleden wijzen! Had hij van zijn vader geërfd , beweerde hij. Mijn grootmoeder – die ook buiten ‘het seizoen’ al wel eens in Blankenberge verbleef – kreeg plots en hevige neusbloeding. Ze liep bij de buurman binnen en die nam een takje peterselie, legde dat op de neusvleugel waarbij hij zei “Et Voila!”. En de bloeding was gedaan... Ooit had ik hevige tabdpijn. Hij raakte met zijn vinger de zere tand en, gedaan was de pijn. Tot op de dag van vandaag steekt die tand er nog in en is nooit meer oorzaak van pijn geweest.
Hoe het verder afliep met ‘Monsieur Louis’ weet ik niet. Het ‘Wafelhuisje’ werd verkocht en wij lieten stilaan Blankenberge achter ons. De laatste jaren verkoos mijn familie Mariakerke, waarom is mij onbekend. En als ik, vol heimwee, nog eens door de zo veranderde Bakkersstraat loop en de leegstaande huizen nr 15 en 17 zie, ja, dat doet toch ergens een beetje hartpijn...

Geen opmerkingen: