Monsieur Louis
Wij
hebben zo verschillende manieren om ons het verleden te herinneren. Het kan visueel,
auditief of...olfatief gebeuren.
Ik
verklaar mij nader. Een bepaald beeld op TV of in het dagelijkse leven, roept
andere associaties op. Uit een ver – en soms vergeten – verleden. Je krijgt
reacties van “oh ja vroeger” of “ik herinner mij nog dat..” Zo ga je een bron
aan kennis terug aanboren en dat kan soms zeer ver terug gaan. Want al zegt men
‘de geschiedenis herhaald zich’ toch is het verleden soms nog meer dichtbij dan
we wel denken. Zo heb ik nog op schoot gezeten bij mijn overgrootmoeder die
geboren was...in 1868. Moglijk zat zij ook nog op schoot bij haar grootmoeder,
de generatie van rond 1820. En die kon zich, eventueel, nog herinneren dat Napoleon
door Vlaanderen trok.Zo zie je maar...
Je
hebt ook auditieve herinneringen. Mijn genratie ‘werd wakker’ op muziek
van ‘the Beatles’ begin jaren zestig. En
bij het horen van hun nog steeds meeslepende muziek, ga ik, bijna automatisch,
mij zaken uit die tijd herinneren. En dat is nu dus al...50 jaar geleden, of
bijna...
Maar
je hebt ook herinneringen aangeuren! Zo liep ik
ooit eens door een Ardens dorpje, vlak na een regenbui. De leien daken
waren nat en verspreidden een beaalde weë geur. En ik verplaatste mij teruig
naar het 1ste leerjaar van de
Lagere School. We leerden ‘mooi’ schrijven op echte lei, met een houten
kadertje er om. En met een griffel. Als de tekst ‘weg’ moest gebrukten wij
kleine (oranje!) sponsjes. En die geur van natte lei in de Ardennen bracht mij
terug naar die tijd
Een
mooie ‘geurherinnering’ is voor mij ...de geur van tomatensoep!
En
dan denk ik, bijna automatisch aan Mijnheer Louis, onze buurman in
Blankenberge. Hij woonde naast ons, dus in de Bakkersstraat , waar mijn ouders
een wafelbakkerij annex tea-room uitbaten. Het ‘Wafelhuisje’. En daar,hoop ik,
stilaan, wat meer over te kunnen en te mogen schrijven.
Mijnheer Louis – we zeiden ‘Monsieur Louis’ - want
Frans was toen nog de voertaal van een groot deel van de bevolking in Vlaanderen – was geen Belg maar, naar het
schijnt een Fransman. Mogelijk uit de Elzas. Want in een telefoonboek uit 1939
vind ik op dit adres een traiteur Doetsch-Cattaer. Of hij mogelijk Joods was
heb ik nooit iets vernomen. Hij zou dan wel de nazivernietiging ontsprongen
zijn...
Als
klein kind kon ik mij niet direct voorstellen wat een ‘traiteur’ wel deed. Feit
is dat ‘Monsieur Louis’ altijd in een wit vest rondliep en een zekere stijl
had. Op bijgevoegde foto – waarop hij zit samens met zijn echtgenote en met
mijn grootmoeder – draagt hij een zwaren hoornen bril. Die heb ik hem nooit in
zijn zaak weten dragen. Of hij moest die opzetten om rekeningen na te zien...
Mijnheer
Louis was ook en kettingroker. En hij kon, tot onze grote verbazing steeds de rook
met veel gebaar uit zijn neusgaten blazen. Wat ik sindsdien nog niet dikwijls
heb zien gebeuren, toch niet zoals hij het deed.
Je
kwam de zaak binnen over een kleine drempel, ik weet niet of er een etalage
was. Onmiddelijk rechts stond een grote, glazen toog. Hierin prijkten de
voorwerpen waar de zaak beroemd voor was. Kaas- en garnaalkroketten, gevulde
tomaten, St Jakobsschelpen. Aan de linkerkant enkele kleine tafeltjes waar
klanten hun bestelde waren zaten af te wachten. Maar waar ook de vrienden van
‘Monsieur Louis’ aanzaten. Op echt Franse wijze, de wereld hervormend en van
commentaar voorziend. Er werd- zoals overal toen – duchtig gerookt...
In
die tijden bezat Blankenberge ook een soort Music Hall, op de Zeedijk, mogelijk een filiaal van de bekende ‘Ancienne
Belgique’ in Antwerpen en in Brussel. Grote ‘vedetten’ traden er op, zowel uit
de film, de showbusiness als uit het Chanson. Het ‘etablissement’ van ‘Monsieur
Louis’ was op een steenworp van de Zeedijk en een bezoek van de beroemdheden
was vanzelf sprekend. Zij lieten dan een foto met opdarcht achter die onze
traiteur met tape aan de wand bevestigde. Ik herinner mij zo nog Luis Mariano,
Fernandel en...Bobejaan Schoepen!
Voorbij
de ‘toog’ vernauwde de zaak zich en waren, aan de linkerkant, grote
‘ijskasten’. Die sloten hermetisch dicht en waren absoluut verboden terrein
voor kinderen. Verhalen van kinderen, opgesloten per ongeluk, en slechts dagen
nadien (sic) terug gevonden in bevroren toestand moesten ons afschrikken.
Verderdoor
was dan het eigenlike restaurant. Met kleine tafeltjes, met geblokte rood-wit
tafelkleedjes en gedempt licht. Verder had je dan een soort van mezzanine met
links en rechts een trap naar het hoger gelegen gedeelte. Mar, middenin had je
een doorkijk naar de ‘kelderkeukens’.
Dat
was het heiligdom van ‘Madame Louis’. Daar kon je ze – ook in het wit gekleed –
aktief bezig zien van het ene fornuis naar het andere. De eigenares was een
kleine dame met zwart haar en een streng opzicht. Ik kan mij niet herinneren ze
ooit te hebben zien glimlachten, laat staan lachen. En op tijd en stond werd
‘Monsieur Louis’ uitgekafferd omdat hij, schijnbaar, iets vergeten was of fout
deed.
Maar
– en nu kom ik terug op de aanhef van dit stukje – hier werd de beste
tomatensoep ter wereld gemaakt. En terwijk ik dit schrijf, proef ik ze alweer
op mijn tong! Het was een soort ‘velouté’ soep. Tomaten met een licht vleugje
aardapplpuree als bindmiddel. Dikwijls
heb ik getracht het na te maken, nooit is het mij gelukt...
‘Monsieur
Louis’ had nog een bijzondere gave! Hij was een ‘genezer’...
Door
aanraking kon hij een kwaal naar het verleden wijzen! Had hij van zijn vader
geërfd , beweerde hij. Mijn grootmoeder – die ook buiten ‘het seizoen’ al wel
eens in Blankenberge verbleef – kreeg plots en hevige neusbloeding. Ze liep bij
de buurman binnen en die nam een takje peterselie, legde dat op de neusvleugel
waarbij hij zei “Et Voila!”. En de bloeding was gedaan... Ooit had ik hevige
tabdpijn. Hij raakte met zijn vinger de zere tand en, gedaan was de pijn. Tot
op de dag van vandaag steekt die tand er nog in en is nooit meer oorzaak van
pijn geweest.
Hoe
het verder afliep met ‘Monsieur Louis’ weet ik niet. Het ‘Wafelhuisje’ werd
verkocht en wij lieten stilaan Blankenberge achter ons. De laatste jaren
verkoos mijn familie Mariakerke, waarom is mij onbekend. En als ik, vol
heimwee, nog eens door de zo veranderde Bakkersstraat loop en de leegstaande
huizen nr 15 en 17 zie, ja, dat doet toch ergens een beetje hartpijn...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten